Recensierubriek voor pasgeboren kinderen

Het was een controversieel idee om recensies te schrijven over baby’s.  Maar zoals met elk controversieel idee wendde het uiteindelijk, tot niemand er nog van opkeek.  Het werd een normaal gezicht: recensenten die door de kraamafdeling liepen met pen en papier of hun stukjes typten op een laptop in de ziekenhuisgangen. Zoals alle journalisten, moeiden ze zich met alles: ze kwamen al tijdens de bevalling kraamkamers binnengewaaid, zwaaiend met hun perskaart alsof ze koningen waren, hingen hun betweterige neus boven de wiegjes van pasgeborenen, inspecteerden met arendsogen de teint, blos en het algemeen voorkomen van de baby, krabbelden snel een paar notities neer en stoven weer weg voor iemand hen tot de orde kon roepen. De recensies kregen een aparte pagina in de krant: na de cd’s en de films.  Het waren veelal korte stukjes. Sommige baby's worden opgehemeld, anderen genadeloos afgekraakt. En ook de moeders deelden in de klappen. ‘Om dan, na een bevalling van maar liefst 16 uur, zo’n flétse baby tevoorschijn te zien komen, van nauwelijks 2 kilo, dat is ronduit een afknapper… Van deze Leander hebben wij dan ook bijzonder lage verwachtingen – als hij het al uit de couveuse haalt.’ Of: ‘Een mooie roze huid en een goede blos, dat wel, maar in z’n geheel is deze baby ronduit lelijk: te groot hoofd, stuntelige motoriek, dwaze blik, ongecontroleerd beengespartel… En ook nog eens pappig – om het woord “obees” niet te gebruiken. Bovendien stopte deze baby, door haar ouders ‘Gwendolien’ gedoopt, maar niet met huilen en…

Lees verder

Metafysica

Twee mannen zaten in een kamer. De ene man wist dat er in de kamer een tafel stond, de andere was niet zeker. De ene man was eerder lang van gestalte; de andere zat op de grond en droeg een blauwe trui. Ze waren al een uur aan het praten – maar de andere man twijfelde nog steeds. ‘Zie je de tafel?’ vroeg de lange man. ‘Ik denk dat ik de tafel zie,’ zei de man met de trui. ‘Of tenminste, ik zie iets waarvan ik denk dat het een tafel is.’ ‘Dus je weet dat de tafel er is?’ ‘Hoe weet je dat wat dan ook er is?!’ riep de man met de trui. De lange man fronste niet-begrijpend. ‘Hoe weet jij dat de tafel er is?’ vroeg de man met de trui vertwijfeld. ‘Ik zie ze,’ zei de lange man. De man met de trui kromp ineen bij dit antwoord. Lange tijd zeiden ze niets. Toen siste hij cynisch: ‘En dat is je bewijs?’ Even leek de lange man uit zijn lood geslagen. Toen herstelde hij zich. ‘Laat ons van het begin beginnen,’ zei de lange man. ‘Je ziet dat er in deze kamer een tafel staat?’ ‘Ik heb die indruk,’ antwoordde de man met de trui. Hij knipperde met de ogen. ‘Hoezo, je hebt die indruk?’ zei de lange man streng. ‘Zie je de tafel? – Of zie je ze niet?’ ‘Ik zie een tafel,’ zei de man met de trui. De lange man kuchte. - ‘Zijn…

Lees verder
Sluit Menu